Het percentage buitenlandse studenten in het Nederlandse bekostigde hoger onderwijs nam in 2008 licht toe tot ongeveer 7,5%. Net als in voorgaande jaren zijn Duitsland, China en België de drie belangrijkste herkomstlanden. Nederlandse studenten gaan nog steeds het liefst naar het Verenigd Koninkrijk en België.
Dat meldt Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs, in een persbericht.
Minister Plasterk ondertekende vandaag met De Haagse Hogeschool, Hogeschool INHolland, Hogeschool Utrecht, Hogeschool van Amsterdam en Hogeschool Rotterdam de prestatieafspraken om het studiesucces van niet-westerse allochtone studenten te verbeteren.
De afgelopen tien jaar is het aantal niet-westerse allochtone studenten flink toegenomen. Vooral in het hbo is een behoorlijke groei zichtbaar. Ondanks deze positieve ontwikkeling blijkt het studiesucces van allochtone studenten nog steeds lager dan dat van autochtone studenten: het rendement is bijna 20% lager in de eerste groep. Bovendien is de uitval bij deze groep zo’n 5 tot 10% hoger dan bij hun autochtone mede-studenten.
Minister Plasterk verschaft budget om de studietijd van niet-westerse allochtonen aan vijf grote hbo-instellingen in de Randstad te verbeteren en vroegtijdige uitval tegen te gaan (8 miljoen euro in 2009, oplopend tot 17 miljoen euro in 2011). De hogescholen doen dit door extra taalcursussen, intensieve begeleiding van allochtone studenten door mentoring en tutoring en bijvoorbeeld het organiseren van summercourses.
De hogescholen hebben samen met OCW streefcijfers voor 2011 opgesteld. Tot 2011 wordt het budget verdeeld op basis van aantallen allochtone studenten. Daarna telt ook mee in hoeverre de hogescholen de streefcijfers hebben gehaald. Goed presterende hogescholen worden financieel beloond en slecht functionerende hogescholen krijgen na 2011 minder budget.
Bij studievertraging op grond van een handicap (lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornis) of een langdurige ziekte kan een aanvraag voor verlenging van de studiefinanciering worden ingediend bij de IBG.
Bron